Parasha Ha'azinoe. “Luisteren, spits uw oren, set de earen iepen, leen mij uw oor, hoor mij aan', dit zijn zo wat vertalingen van Ha'azinu. Luisteren zegt het woordenboek. Dat blijkt in de praktijk nog een hele opgave te zijn. Wij horen veel; woorden en liedjes, lawaai en kabaal, preken en petearen maar kunnen we er altijd naar luisteren? Ik heb het laatste halfjaar veel geluisterd en dan vooral in de natuur met een fototoestel in de hand. Stil zittend en turend naar wat er beweegt en wat hoor ik.....is dat een ijsvogeltje, is dat een rietzanger, een roerdomp? Maar luisteren naar het lied van de leeuwerik, naar het trillend klinkend 'snorren' van de sprinkhaanrietzanger, de opzwellende fluittonen van de blauwborst, dat is meer dan horen. Dat is luisteren; het oor scherpen-spitsen. Luisteren naar de wind door het riet, de stilte, en dan waait het plotseling in de hoge populieren. Horen heeft te maken met geluiden die het oor binnenkomen, luisteren heeft te maken met wat die geluiden met ons doen. Als wij goede woorden en geluiden horen, moeten we soms met één vinger het andere oor dicht drukken; dan kan het niet ontsnappen maar afdalen naar het hart. Dan fluistert de echo in ons binnenste en slaan we op waarnaar we gehoord hebben en is het luisteren geworden. Daar gaat het in het lied van Moshè ook over. Daar gaan we a.s. Shabbat naar luisteren. En ik mag daar wat over zeggen, maar het gaat er niet om, om mij aan te horen. Het gaat erom dat we, net als het volk Israël, luisteren wat de woorden van de Eeuwige ons zeggen en wat ze met ons doen. Luisteren begint deze week al met lezen; lees wat er staat en luister met je hart. Het zachte fluisteren van de Geest is als de wind. Luister; hij brengt leven en vrede. Jeshûa zei; “ Gelukkig zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.” Tot Shabbat, Fêdde Bloemhof.